‘Ik geniet als anderen genieten’

Vrijwilligers van de Alzheimer-afdeling ondersteunen bij de zorg voor thuis­wonende mensen met dementie. Wekelijks staat Delftenaar Aad van der Voort op de stoep bij Clara en Leo den Aantrekker. Om samen met Leo, die in februari 2017 de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’ kreeg, op de duofiets te stappen. Niet alleen Leo geniet hiervan.

Voor Clara, de vrouw van Leo, is de weke­lijkse ‘adempauze’ zeer welkom. Ze vindt het ook fijn om te zien wat ‘beweging’ met haar man doet. “Praten wordt lastiger voor mijn man, maar hij stráált op die fiets. Hij vindt het altijd geweldig als Aad hem komt ophalen.’’

Met een beetje steun

Aad noemt de fietsritten dankbaar werk. “Leo was vroeger marktkoopman, hij is een erg gezellige man, houdt van een geintje. Toen ik twee jaar geleden kwam kennisma­ken, klikte het meteen.’’ Het contact tussen Clara en Aad kwam tot stand via de ‘Bezoekdienst’ van de Delftse Alzheimer-afdeling. In het Alzheimer Café raakte Clara in gesprek met Bezoekdienst-coördinator Mirona van der Linde. “Zij vertelde me over alle mogelijkheden. Mijn man gaat inmiddels drie keer per week naar zorgboerderij Buitenge­woon, en verder ben ik blij met alle hulp die ik krijg. Ik wil zo graag dat Leo thuis kan blijven wonen. Dat lukt, dankzij alle hulp, nog net.’’

Hart op de goede plaats

Vrijwilliger Aad schept er zelf niet over op, maar als vrijwilliger moet je wel over bepaalde vaardigheden beschikken. Clara: “Je moet flexibel en geduldig zijn en vooral geen haast hebben. Eigenlijk is het belang­rijkste: je hart op de goede plaats hebben.’’ Dat zit bij Aad wel goed.

Aad: “Helpen geeft voldoening; ik vind het fijn dat je als vrijwilliger wordt gewaardeerd. En ik doe niks bijzonders hoor, gewoon een praatje of een simpel grapje maken. Dan fietsen we langs een heel nieuw, groot huis, en dan zeg ik tegen Leo: ‘Zo, hier woont zo te zien ook een marktkoopman’. Dat vindt-ie prachtig. Als ik hem zie genieten, geniet ik zelf ook.’’

Het fietsen is bovendien een goede training, zegt Aad lachend: “De duo-fiets heeft geen trapondersteuning en Leo trapt niet meer zo hard mee. Daardoor heb ik inmiddels een conditie als een paard.”

Simon en Frans over hun vrijwilligerswerk: ‘Het geeft zó veel voldoening!’

Simon Huisman en Frans Hofstede vinden het fijn om bezig te zijn voor anderen én houden van een praatje. Beiden zijn actieve pensionado’s en helemaal in hun rol als chauffeur van de Particuliere Vervoersdienst Delft. ‘Mensen zijn blij en dankbaar dat je er bent, dit geeft veel voldoening.’

Als chauffeur van de Vervoersdienst brengen Simon en Frans ouderen die om gezondheidsredenen niet zelf voor vervoer kunnen zorgen bijvoorbeeld naar een gezondheidscentrum, een ziekenhuis of een vriendin. De chauffeur ontvangt een onkostenvergoeding, maar daar draait het helemaal niet om, zeggen Simon en Frans. ’Het gaat om mensen helpen. Als chauffeur ben je niet alleen degene die van A naar B rijdt (‘je leert Delft wel héél goed kennen’, lacht Simon), maar je bent ook een luisterend oor, biedt een ondersteunende arm bij het in- en uitstappen of je loopt even met iemand mee naar de deur.

Nuttig

Simon (73 jaar) is al jarenlang vrijwillig chauffeur en kan het iedereen aanraden. ‘Ik hoor wel eens van gepensioneerden dat ze zich vervelen. Nou, met een paar uurtjes in de week kun je je al heel nuttig maken. Je hoeft geen grote auto te hebben, die heb ik ook niet. Voorwaarden zijn dat je een rijbewijs hebt en op tijd bent. Afspraak is afspraak.’ Simon: ‘Ik vind het ook fijn dat je een band opbouwt met sommige mensen. Een mevrouw die ooit haar verhaal kwijt moest, zei daarna tegen me: je lijkt m’n biechtvader wel!’

Incidenteel

‘We hebben vaste en incidentele ritten’, vertelt Frans. ‘Het meest intens vind ik het vervoer van mantelzorgers naar verpleeg­huizen.’ Simon en Frans zijn er druk mee en zoeken nieuwe collega’s, want het aan­tal mensen dat een beroep doet op de Particuliere Vervoersdienst groeit. ‘Je kunt het makkelijk inpassen in je eigen leven’, zegt Frans. ‘Ik was weleens chauf­feur voor een echtpaar dat om beurten opgenomen was. Later reed ik ze voor een relaxte middag naar een restaurant aan het water met mijn fiets achterop de auto. Na mijn fietstochtje in het groen haalde ik de mensen weer op. Iedereen blij!’

 Bekijk hier onze volledige pagina in de krant

 

‘Neem zelf initiatief’ – er is meer mogelijk dan je denkt

Henk de Blij (68 jaar), organisator van het Oogcafé, is een man met een missie. Zelf heeft hij al veel drempels overwonnen en dat gunt hij anderen ook. Hij fietst, hij zwemt, hij organiseert bijeenkomsten, geeft voorlichting op Delftse scholen en hij reist met het OV het hele land door.

O ja, en hij is blind. Zijn motto: wacht niet af, neem zelf initiatief.

Henk de Blij zegt regelmatig dat hij ‘geluk’ heeft. Hij heeft geluk met zijn vrouw Esther, die hem helpt (‘niet altijd hoor, de dingen die ik zelf kan, moet ik vooral zelf doen’) waar nodig. Hij heeft geluk dat hij zelfstandig kan blijven wonen, met dank aan zijn blindengeleidehond Loebas, die hem feilloos de weg wijst. En hij heeft geluk met ‘zijn’ vrijwilligers, die het mogelijk maken dat hij kan zwemmen in het Sportfondsenbad en kan fietsen op een tandem. En misschien heeft hij ook wel geluk met zichzelf: als optimistisch mens met een sterke wil richt hij zich op de dingen die wél kunnen. En dan wil hij ook nog anderen helpen.

Dal

Het leven van Henk veranderde zo’n 13 jaar geleden. In die periode verslechterde zijn gezondheid van ‘slechtziend’ naar ‘blind’. Henk: ‘Toen heb ik  even in een kort, maar diep dal gezeten. Ik ben intensief gaan revalideren bij Visio Het Loo Erf in Apeldoorn; dat heeft mij enorm geholpen.’ Henk leerde hoe hij kon omgaan met zijn visuele beperking, hoe hij zelfredzaam kon blijven én hoe hij van alles kon blijven ondernemen.

Op pad

Henk is actief binnen de Nederlandse oogvereniging en reist veel met het openbaar vervoer, samen met zijn hond Loebas. ‘Een voorbeeld: ik stap in Delft in de trein en vraag bij binnenkomst in een coupé: is er toevallig iemand die in Dordrecht moet uitstappen? Wil iemand me misschien een seintje geven als we er bijna zijn? Mensen helpen je altijd, is mijn ervaring. Bij de NS kun je ook reisassistentie aanvragen. In Delft vind ik mijn weg wel, maar bijvoorbeeld op Amsterdam Centraal niet. Stel dat ik daar van perron 9 naar perron 23 moet, dan vraag ik vooraf telefonisch reisassistentie aan. Als ik daar op perron 9 arriveer, staat er keurig een NS-medewerker op me te wachten die me naar perron 23 brengt.’

Delen

Bovenstaand voorbeeld maakt duidelijk dat je wereld, ook met een beperking, ‘groot’ kan blijven. Dat is iets wat Henk graag ook met anderen wil delen, bijvoorbeeld in het Delftse oogcafé. ‘Het oogcafé bestaat nu zo’n 1,5 jaar. Eens in de zes weken komen mensen met een oogaandoening, en ook familieleden of vrienden, bij elkaar. Het is deels lotgenotencontact en ervaringen uitwisselen. Daarnaast hebben we ook altijd een inhoudelijk deel, bijvoorbeeld een aanbieder die iets komt vertellen over nieuwe hulpmiddelen.’

‘Ik ben behoorlijk actief en daar heb ik veel plezier in. Ik zeg niet dat iedere slechtziende moet leven zoals ik. Als je erg van luisterboeken houdt en liever thuis blijft zitten, vind ik het ook prima, maar ik zou het jammer vinden als mensen de deur niet uit durven of te weinig te doen hebben omdat ze niet weten hoe het moet. Soms moet je, bijvoorbeeld bij het zelfstandig leren reizen met het OV, een drempel over. Dat is de eerste keer lastig. Maar een tweede keer wordt het al makkelijker. En na tien keer weet je niet beter.’

Techniek

Wat betreft hulpmiddelen vindt Henk het een interessante, geweldige tijd. Zo maken apparaten zijn leven makkelijker. Daardoor kan hij genieten van duizenden luisterboeken en de krant van vandaag. En zijn telefoon is spraakcomputer en navigator tegelijk. ‘Met de huidige techniek is al zo veel mogelijk. Er wordt vaak gezegd dat mensen zich altijd aan de maatschappij moeten aanpassen, maar de maatschappij past zich ook aan de mens aan.’

Geleidelijn

Daarbij prijst hij zich gelukkig met het feit dat de gemeente Delft goed meewerkt om het leven van mensen met een beperking makkelijker te maken. ‘Zo heb ik bijvoorbeeld geleidelijnen (markeringen op straat-red) aangevraagd voor de looproute van het station naar mijn huis. Die zijn er nu. Ook bij het aanvragen van een rateltikker bij een verkeerslicht proberen ze snel te helpen. En met de steun van Delft voor Elkaar en de Oogvereniging kunnen we bijvoorbeeld het Oogcafé organiseren.’ Bij die organisatie zijn er – alweer in de categorie ‘durf te vragen’ – ook ‘ziende’ vrijwilligers betrokken.

Tandem en voorlichting

Over die vrijwilligers gesproken: Henk heeft inmiddels een aantal trouwe hulpen om zich heen. Zo stapt hij geregeld achterop zijn tandem met vrijwilliger Astrid. ‘Ik fiets ook regelmatig met Esther, mijn vrouw, maar zij werkt overdag en is dus niet altijd beschikbaar. Fietsen, bijvoorbeeld in de Delftse Hout of naar mijn dochter in Pijnacker, betekent voor mij vrijheid.’

Het nieuwste project van Henk is voorlichting: met dank aan vrijwilliger Lia Karlas – ze is ook betrokken bij de organisatie van het Oogcafé – gaat hij samen met zijn hond Loebas op bezoek bij Delftse basisscholen, waar hij vertelt hoe hij zich in het dagelijks leven redt. Zulke bezoeken werken twee kanten op, merkt Henk. ‘Ik vind het zelf erg leuk om te doen. En voor de kinderen is het volgens mij best leerzaam; ze hebben ontzettend veel vragen.’

Helpen

Ook op scholen vertelt Henk dat hij nog steeds graag onder de mensen komt en zo lang mogelijk zelfstandig wil blijven. En dat op straat de simpele vraag aan een slechtziende ‘Kan ik u misschien helpen?’ soms echt het verschil kan maken.

En over die hulp: komt het ook voor dat hij op straat hulp krijgt waar je eigenlijk niet zo op zit te wachten? Henk kijkt verder dan zijn eigenbelang: ‘Ja, dat gebeurt weleens, maar dan accepteer ik die hulp toch. Want een volgende keer is er misschien een andere slechtziende die die hulp juist wél hard nodig heeft.’

Bekijk hier onze themapagina van juli 2019

Ouderen van nu hebben de toekomst

Zo lang mogelijk zelfstandig wonen in de eigen vertrouwde omgeving wordt voor steeds meer mensen belangrijk. Staat u er wel eens bij stil wat voor u belangrijk is om plezierig te kunnen wonen en leven als u ouder wordt? Delft voor Elkaar denkt met u mee en helpt u om alle mogelijkheden op een rijtje te zetten.

Persoonlijk

Veel mensen wonen al jaren in Delft en willen dat graag blijven doen. Ook als ze ouder worden of een beperking hebben. Daarbij is het van belang dat bijvoorbeeld uw woning en leefomgeving geschikt zijn en zoveel mogelijk aansluiten bij uw persoonlijke behoeften. Soms is dat alleen mogelijk met een steuntje in de rug. Die zijn er in vele soorten en maten. We hebben gemerkt dat veel ouderen niet alle mogelijk­heden kennen. Een persoonlijk gesprek kan daarbij helpen.

Informatief Gesprek Thuis

Tijdens een Informatief Gesprek Thuis praat u met uw naaste en een hiervoor speciaal opgeleide vrijwilliger van Delft voor Elkaar over uw woonwensen. Er is ook gelegenheid om van gedachten te wisselen over sociale contacten, actief zijn en blijven, vervoer, veiligheid, financiën en adminis­tratieve zaken. Dit zijn allemaal dingen die helpen om op een prettige manier zelfstandig te kunnen blijven wonen.

Tijdens het gesprek kunt u uw persoonlijke wensen vertellen. Samen bespreekt u hoe u deze kunt realiseren. Het gesprek is vertrouwelijk en aan het einde hiervan heeft u een goed beeld wat mogelijk is om lang en goed in uw eigen vertrouwde omgeving te kunnen blijven wonen. Zo bent u goed voorbereid op de toekomst.

Informatie en aanmelden

Als u zich aan wilt melden voor een gesprek of als u vragen hebt, neem dan contact op met Delft voor Elkaar via 015 760 02 00 of info@delftvoorelkaar.nl o.v.v. Informatief Gesprek Thuis.

 

Lees hier onze volledige themapagina ‘Er is meer mogelijk dan u denkt’

 

 

 

Ouderenadviseurs: ‘Trek op tijd aan de bel’

De ouderenadviseurs/cliëntondersteuners van Delft voor Elkaar zijn van veel markten thuis: ze bieden hulp, informatie en steun bij vragen en problemen op het gebied van wonen, zorg, welzijn, financiën en vervoer. Ouderenadviseurs Elaine Dingemans en Colja de Roo over uitstelgedrag, ‘zelf doen’ én de charme van mensen helpen.

Nee, ze vervelen zich bepaald niet, de ouderenadviseurs. De adviseurs komen onder meer in actie na een telefoontje naar Delft voor Elkaar (015  760 02 00) van de oudere zelf, van een familielid, of na eem melding van een huisarts, een thuiszorgmedewerker of een bezorgde buurvrouw. “In eerste instantie gaan we op huisbezoek’’, zegt oudenadviseur Elaine Dingemans. “Daar kun je zien hoe iemand erbij zit. Dat helpt om beter in te schatten wat er eventueel nodig is op het gebied van financiën, wonen, zorg of welzijn.’’

“In ongeveer een uur hebben we een goed beeld. Soms kun je met elkaar snel al iets oplossen. Bijvoorbeeld samen met de cliënt op een computer kijken en mensen wijzen op een website waar ze alle informatie kunnen vinden. En ls het nodig is, brengen we mensen meteen in contact met de juiste instantie.’’

Zelf doen

Daarnaast besteden de adviseurs veel aandacht aan het hoofdstuk ‘zelf doen’ en het doornemen van het eigen netwerk. Voorop staat immers dat alle inwoners van Delft mee kunnen doen. En dat iedereen die dat wil zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen.

Elaine: “Veel mensen die problemen krijgen, vinden het vervelend om hulp te vragen aan een buurman of buurvrouw of een familielid. Ze schamen zich soms ook. Terwijl in verreweg de meeste gevallen blijkt dat die buren het juist fijn vinden om te helpen. Dat zien wij gelukkig ook veel in onze dagelijkse praktijk: ik krijg er vaak kippenvel van hoeveel mensen doen voor een ander.’’

Uit dat laatste vloeit dan ook direct een tip van de ouderenadviseurs: investeer ook al in je netwerk als je nog gezond bent. Als je op een gegeven moment minder fit wordt, is de drempel veel lager om hulp te vragen aan vrienden of buren.

Administratie

Naast de mogelijkheden om zelf actie te ondernemen, wijzen de ouderenadviseurs op vrijwilligersorganisaties en professionals die hulp kunnen bieden. Zo werken ouderenadviseurs samen met Financiën voor Elkaar. Hierbij krijgen inwoners hulp bij administratie, financiën en ondersteuning bij aanvragen.

Via Delft voor Elkaar kun je een afspraak maken voor de ‘Formulierenbrigade’. Ook zijn er inloopspreekuren waar je zo naar binnen kan. Verder werken veel vrijwilligers één op één met klanten voor wie zij de administratie op orde houden en bijhouden.

Iets nieuws is ‘Administratie weer op poten’. Vrijwilligers helpen klanten om de administratie uit te zoeken en op te ruimen. De klant wordt hierbij in maximaal drie keer geholpen. Dat gebeurt op kantoor (bij Delft voor Elkaar), maar het kan ook met een huisbezoek.

Colja: “Mensen zijn geneigd om zaken uit te stellen, en kloppen vaak pas bij ons aan als het uit de hand loopt. Dat zien we bijvoorbeeld regelmatig bij ouderen met geheugenproblemen. Of bij mensen die door lichamelijke problemen nauwelijks meer buiten komen en zich eenzaam voelen.’’ En ja, dan komen de ouderenadviseurs ook schrijnende verhalen tegen. Zeker als er een vermoeden is (of als er een melding is gekomen) van financiële uitbuiting of misbruik, is een voorzichtige, subtiele aanpak noodzakelijk.

Verbeteren

De ouderenadviseurs kunnen dus wijzen op mogelijkheden en moeten soms ook kordaat optreden. Colja de Roo: “Soms zegt de familie van een oudere, of de oudere zelf: ‘het gaat nog best’, terwijl wij heel snel zien dat het eigenlijk helemaal niet meer goed gaat, dat er echt hulp nodig is. Vaak kunnen wij met heel kleine dingen of tips de situatie al verbeteren. Bijvoorbeeld door het organiseren van huishoudelijke hulp, of helpen bij het zoeken naar vervoer.’’

Ook hebben de ouderenadviseurs oog voor de mantelzorgers. Om de zorg vol te kunnen houden, zijn soms juist de mantelzorgers degenen die steun nodig hebben. Een ‘buddy’ (vrijwilliger) die iets gezelligs met de oudere onderneemt of samen boodschappen doet kan voor alle betrokkenen verlichting bieden. Dat geldt ook voor deelname aan een groep voor lotgenotencontact.

En nee, niet voor elk probleem kan Delft voor Elkaar direct een vrijwilliger of professional tevoorschijn toveren. Colja: ,,Maar er is heel veel mogelijk om weer een beetje lol in het leven te krijgen. Daar halen wij ook onze voldoening uit. Natuurlijk is het niet leuk dat je op een bepaalde leeftijd sommige dingen niet meer zelf kunt of dat je je eenzaam voelt. Maar als cliëntondersteuner kunnen we met humor, met inlevingsvermogen én verstand van zaken mensen verder helpen. Daarom hebben wij ook zo’n mooi vak: mensen helpen, dat is heerlijk!’’

Bekijk hier het artikel in de Delftse Post van 20 maart 2019

 

 

Zorg voor jezelf én voor een ander

“Blijf actief bij vergeetachtigheid en dementie”

Debora van der Ende, sociaal makelaar dementie

 

In het kader van een dementie­vriendelijk Delft is Debora van der Ende sinds begin 2019 actief als sociaal makelaar dementie bij het project ‘je passie vergeet je niet’. Zij helpt mensen met dementie, of het vermoeden van dementie, bij het vinden van plezierige vrijetijdsbesteding of passend vrijwilligerswerk.

Iedereen hoort er bij

Meedoen is voor iedereen belangrijk. Het levert bijvoor­beeld sociale contacten op en het gevoel dat je erbij hoort en ertoe doet. Debora: “Ook voor mensen met vergeetachtigheid of dementie is het belangrijk om actief te blijven en dat is heel goed mogelijk door deel te nemen aan ‘gewone’ activiteiten of vrijwilligerswerk. Talenten en interesses zijn daarbij een goed uitgangspunt. Daarom kijk ik samen met de persoon waar zijn of haar passie ligt en ga ik op zoek naar passend vrijwil­ligerswerk of activiteiten waar zij plezier aan beleven.

Samen

Je kunt bij de sociaal makelaar terecht voor inspiratie, advies en begeleiding. Ook nadat je een activiteit gevonden hebt. Debora blijft dus in beeld voor de per­soon met dementie. “ In het begin ga ik bijvoorbeeld mee naar het vrijwilligerswerk en als het nodig is schakel ik een vrijwilliger in die de persoon met dementie wat langer begeleidt. Daarnaast geef ik op het vrijwilligerswerk of bij de vrijetijdsactiviteit informatie, zoals hoe om te gaan met mensen met dementie. Zo zorgen we samen voor een dementievriendelijke omgeving.”

Contact en meer informatie

Wil je meer weten over dit project of wat de sociaal makelaar voor jou kan betekenen? Neem dan contact op met Delft voor Elkaar via info@delftvoorelkaar.nl of 015-760 02 00.

 

Stevig in je schoenen

‘Stevig in je schoenen’ is een trai­ning voor mensen die iemand thuis verzorgen. Je leert bijvoor­beeld evenwicht te vinden tus­sen belasting en belastbaarheid, hoe je op een verantwoorde manier je naaste naar het toilet begeleidt en welke hulpmidde­len ingezet kunnen worden. Tijdens de cursus doe je ook spierversterkende en ontspan­ningsoefeningen.

De cursus bestaat uit zes bijeen­komsten en start 5 maart om 10.00 uur bij Ontmoetingscen­trum Mozartlaan, Mozartlaan 422. Aanmelden en meer infor­matie: administratie@delftvoor­elkaar.nl of 015 7600 200 (vraag naar Natasja de Vroome).

 

Vrijdag Filmcafé: ga ook mee!

Naar de film en geen zin om alleen te gaan? Kom dan naar het Vrijdag Filmcafé in Lumen op het Doelenplein. Om de vier weken ben je vanaf 14.00 welkom. De films starten vanaf 14.30 uur. Er is keuze uit twee films en gelegenheid om met elkaar na te praten in de ge­zellige foyer. Vrijdag 22 februari is de keuze Greenbook of If Beale Street Could Talk. Kosten € 7,50 per keer, inclusief een kopje koffie of thee.

Aanmelden is noodzake­lijk via vrijdagfilmcafe@gmail.com of telefonisch via 06 30 49 18 03

 

Durf te vragen!

Heb je vragen over wonen, zorg, welzijn, financiën of sport? Delft voor Elkaar helpt je verder. Ga naar één van de wijkcontactpunten, stuur een mail naar info@delftvoorelkaar.nl of bel met het centrale nummer van Delft voor Elkaar via 015 76 00 200.

 

Bekijk hier de versie uit de krant

 

Mantelzorg: ‘We doen het met liefde, maar de druk is hoog’

Mantelzorger, dat ben je niet, dat word je vanzelf. Een boodschap voor een zieke zus. Even met de buurvrouw naar de fysio. Lief bedoeld en heel  belangrijk. Maar voor je het weet ben je ‘in dienst’ en verandert die enkele keer in een dagtaak.

Ton en Katrien Wiebolt herkennen het. Hij (81) zorgt voor zijn zieke broer van 89. Zij (83) loopt haar 95-jarige schoonzus na. Ze doen het met liefde en zijn gelukkig topfit. Maar de druk is hoog…

Met liefde

De broer van Ton Wiebolt kon zich aanvankelijk nog wel redden. “Op een bepaald moment merkte ik dat hij zich niet goed meer verzorgde. Bovendien was hij gevallen en kon hij steeds minder. Eigenlijk kan hij niet thuis blijven wonen, maar hij komt nog niet in aanmerking voor een plek in een zorgcentrum omdat hij daar ‘te goed’ voor is. Ik ga om de dag eten brengen, doe de boodschappen en maak samen met mijn vrouw zijn huis schoon. We zijn dus veel met mijn broer in de weer en dat doen we met liefde. Maar het komt elke dag terug want er is altijd wel iets.”

Het verhaal van de schoonzus van Katrien is vergelijkbaar. Zij woont wel in de verzorging, maar heeft desondanks veel aandacht nodig. “Kan je even dit halen, wil je even dat kopen. En ze belt op de gekste momenten”, zegt Katrien. “Weet je wat het is met mantelzorg: je loopt de hele dag op je telefoon te kijken omdat je niet weet wanneer je broer of schoonzus belt. Je bent er in gedachten altijd mee bezig. Dat is eigenlijk veel vermoeiender dan de dingen die je voor ze doet. Die onrust.”

Optimistisch van aard

Ton en Katrien hebben goed contact met Colja de Roo van het Delfts Zorg Abonnement. “We kunnen haar altijd bellen en als het nodig is regelt ze dingen voor ons. Dat is fijn. En wij zijn gelukkig nog samen en allebei optimistisch van aard. Dat scheelt ook. Maar we worden er niet jonger op…”

 

Jonge mantelzorger Giliana: ‘Dat dóe je gewoon’

Als jonge mantelzorger zorgde Giliana Sintjago, destijds 14 jaar, op Curaçao voor haar broertje van 3 jaar. Haar moeder had immers een baan én zorgde voor een demente tante. Giliana: “Ik wist niet beter.”

Het begon met steeds dezelfde verhalen vertellen en afspraken vergeten. Giliana: “Later ontdekten we dat mijn tante Alzheimer had: ze douchte niet meer en liep steeds vaker weg. Op een dag belde de politie: ze hadden mijn tante van straat geplukt.’’ De moeder van Giliana nam een besluit: zij zou – naast haar baan – voor tante gaan zorgen. En Giliana kon wel voor haar kleine broertje zorgen. Giliana: “Ik heb ook twee oudere broers, maar die werkten al.’’

Voor Giliana was haar nieuwe situatie vanzelfsprekend. “Dat dóe je gewoon. Het was iets dat moest gebeuren.’’ Wel had het mantelzorgerschap invloed op haar eigen sociale leven. “Mijn klasgenoten wisten van mijn situatie, hielden ook wel rekening met mij. Maar mijn enige soci­ale contacten had ik op school, buiten schooltijd kon ik niks leuks doen.’’

Sterke vrouw

Het leven als mantelzorger had nóg een effect, zegt Giliana. “De band met mijn moeder ver­anderde. Mijn moeder is een sterke vrouw en had veel liefde voor mijn tante, maar als ze thuiskwam was ze erg moe. Dat begreep ik heel goed, er was minder tijd om samen nog iets te doen. En door het zorgen voor mijn broertje heb ik met hem wél een heel sterke band opgebouwd. Ik ben sinds een paar maanden in Nederland voor mijn studie maat­schappelijke zorg en hij is nog op Curaçao. Ik mis hem heel erg.’’

Inmiddels is haar tante overle­den en kan Giliana, nu 19 jaar, van een afstand terugkijken op haar situatie. “Niet iedereen kan goed omgaan met mensen met Alzheimer. Mijn moeder kon dat wel, ik ben trots op wat ze voor mijn tante heeft gedaan. En mijn moeder is ook trots op mij. Iemand anders helpen geeft een goed gevoel en het maakte mij zelfstandig. Maar ik heb, doordat ik mantelzorger was – dat woord ken ik trouwens pas een paar weken – ook wat gemist.’’

En nu heeft Giliana opeens een andere rol: ze helpt als ‘ervarings­deskundige’ andere mantelzor­gers. Giliana straalt: “Ik help nu bij de organisatie van het festival voor jonge mantelzorgers. Heel mooi om te doen. Ook omdat ik weet hoe belangrijk het is voor (jonge) mantelzorgers om af en toe waardering te krijgen en iets leuks te doen.’’

Nieuwsgierig naar onze themapagina over mantelzorg? Bekijk ‘m hier!

 

Iedereen een maatje

Mirona van der Linde (links op de foto): “met oprechte interesse, inlevingsvermogen, geduld en optimisme kom je al een heel eind. Bovendien leer je, door een ander te helpen ook meer over jezelf”.

Maatjes gezocht!
Het levert extra energie, een groter netwerk én meer zelfvertrouwen op: als vrijwilliger help je niet alleen een ander, maar ook jezelf. In Delft en omstreken zijn veel organisaties op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Zet jij die ene stap? De coördinatoren Marjolijn Maas (Buddy Netwerk), Janine Gilliot (Informele Zorg en Ondersteuning, IZO) en Mirona van der Linde (Bezoekdienst Dementie) zien het gelukkig vaak gebeuren.

Of je als vrijwilliger nu op bezoek gaat bij een eenzame man, bij een dementerende vrouw of een gezin met problemen: als buddy, als maatje, kun je het verschil maken. Marjolijn Maas: “Een eenzame cliënt die begint te stralen als de vrijwilliger binnenkomt, die nieuwe energie krijgt, dat is mooi om te zien. De ‘magie’ die ontstaat als er een goede klik is, die is onbetaalbaar!’’

Een van de taken van Marjolijn en haar collega-coördinatoren is het zoeken naar een goede ‘match’ tussen vrijwilliger en hulpvrager. “Wij zoeken raakvlakken in interesses, bijvoorbeeld sport of tuinieren. Soms merk je al meteen dat beide karakters goed bij elkaar passen.’’

Onbetaald en onbetaalbaar
Veel Delftse organisaties voor vrijwilligershulp kunnen heel goed vrijwilligers gebruiken, bevestigt Janine Gilliot. Zij ziet geregeld dat mensen nog een vertekend beeld hebben van hun vrijwilligerstaken.

“Als vrijwilliger gaat het niet alleen om ‘geven’. Ga vooral iets doen wat bij je past. Dan levert het je ook wat op: een groter netwerk, je leert nieuwe mensen of nieuwe culturen kennen, er ontstaan nieuwe vriendschappen – soms ook tussen collegavrijwilligers – én je krijgt meer zelfvertrouwen omdat je ziet hoe belangrijk je bent voor een ander.

Vrijwilligerswerk is onbetaald werk, maar wat je doet is onbetaalbaar.’’ wel minder gezond zijn dan jij zelf, of het minder getroffen hebben dan jij.

Interesse
Diploma’s zijn niet nodig om een goede vrijwilliger te worden, zegt coördinator Mirona van der Linde: met oprechte interesse, inlevingsvermogen, geduld en optimisme kom je al een heel eind. Bovendien leer je, door een ander te helpen ook meer over jezelf, vindt Mirona. “Naast een goed gevoel – je ziét dat je nodig bent – staat het ook goed op je cv. En natuurlijk kun je jezelf verder ontwikkelen, bijvoorbeeld door het volgen van trainingen die we aanbieden.’’

En nee, vrijwilligerswerk is ook niet leeftijdsgebonden. Dus of je nu 17 jaar bent en één keer per week voorleest aan een kind met een taalachterstand of al wat meer levenservaring hebt en herinneringen ophaalt met een oudere man : je talenten inzetten kan altijd. Mirona: “Onze oudste vrijwilliger is 91 jaar, en het klikt enorm met haar cliënt. Geweldig!”

Informatie
Wil je geen maatje worden, maar ben je wel benieuwd naar andere vormen van vrijwilligerswerk? Op de website van Delft voor Elkaar vind je alle mogelijkheden. Bekijk ze in de vrijwilligersvacaturebank: delftvoorelkaar.nl/vacatures. Of bel met Delft voor Elkaar: 015 760 02 00.

Bekijk onze volledige themapagina van september.

 

 

Stage - Delft voor Elkaar - Header

‘Mijn stage geeft zoveel energie!’

Valesca Kloostra is een jongedame met een enorme positieve drive. Haar stage bij VTV, onderdeel van Delft voor Elkaar, is haar op het lijf geschreven. Het werken met (jonge) mensen met een beperking geeft haar energie. ‘Ik vind het fantastisch!’

Ze zijn met velen: jonge mensen die een studie volgen én zich bijzonder nuttig maken voor mensen die een steuntje in de rug goed kunnen gebruiken. Valesca Kloostra is er eentje.

De studente Social Work ontfermt zich in haar schaarse vrije tijd over mensen met een beperking. “Ik begeleid die mensen op allerlei gebieden die met vrije tijd te maken hebben”, zegt Valesca. “Vanuit mijn studie had ik de opdracht een stageplek te zoeken waarbij ik een voor mij ‘onbekende’ doelgroep moest begeleiden. Ik wist dus eigenlijk niet zo goed waar ik aan zou beginnen, maar geloof me, dit geeft ontzettend veel energie. Ik vind het werken met deze mensen echt fantastisch!”

Grenzen stellen
Valesca noemt vooral de onbevangenheid van haar nieuwe vrienden als een groot goed. “Alles wat ze doen, doen ze met volle overtuiging. Daarbij maken ze fouten, maar dat beseffen ze niet altijd. En dus zitten ze er ook niet mee. Ik ken iemand die zoekt -bewust of onbewust- je personal space op. Een beetje ondeugend soms. Dan moet je wel eens een grens stellen, maar daar leer je heel veel van.”

Humor is belangrijk
Je hebt, heeft Valesca in haar stage geleerd, wel een paar specifieke kwaliteiten nodig om op een goede manier met deze doelgroep om te kunnen gaan. “Humor is belangrijk”, zegt ze, “dingen met een knipoog kunnen zeggen en vooral heel flexibel zijn.”

Veel energie
Tegen leeftijdgenoten die nog niet aan een dergelijke stage toe zijn gekomen zegt ze: “Doe het ook! Het werk geeft ontzettend veel energie en je krijgt van de mensen zo veel terug! Bovendien is het een prachtige ervaring voor je verdere loopbaan. Ik zou het zo weer doen! Daarom ben ik nu vrijwilliger.”

Bekijk hier onze hele themapagina