‘Niemand gaat hier met lege handen weg’

Hulp vragen, hulp krijgen en daarna anderen helpen: Asma Wafai gelooft daar sterk in. De geboren Afghaanse klopte aan bij Samieh Nabhani van het wijkcontactpunt van Delft voor Elkaar. Inmiddels helpt Asma zelf andere Afghaanse vrouwen. “We hebben elkaar nodig.’’

“Ik had een grote koffer met brieven”, blikt Asma glimlachend terug. “Daarmee ging ik naar Samieh; ik wist niet welke brieven ik moest weggooien en welke ik moest bewaren. Samieh leerde me wat belangrijk was en wat niet. Nu bewaar ik de belangrijke brieven in mappen, de andere gooi ik weg. Ik kan het nu zelf.’’

Wijkcontactpunt
De paden van Asma, die 12 jaar geleden met haar ernstig zieke man in Delft kwam wonen, en Samieh kruisten elkaar al eerder. Nu weet Asma de weg te vinden naar een wijkcontactpunt van Delft voor Elkaar, tegenwoordig ook in Die Buytenweye aan de Chopinlaan. Bij het wijkcontactpunt lossen Samieh en haar collega’s de eenvoudige vragen direct op. Voor de meer ingewikkelde vragen wordt een vervolgafspraak gemaakt. Samieh: “Veel vragen gaan over financiën, over zorg, verzekeringen en het ziekenhuis. Of mensen willen weten waar ze taallessen kunnen volgen.’’

Op weg
Delft voor Elkaar wil mensen vooral op weg helpen, zegt Samieh. “Niemand gaat hier met lege handen weg. We geven je geen geld, maar we kunnen je altijd verder helpen met de juiste adressen. Soms brengen we je op nieuwe ideeën, of we leren je iets wat je een volgende keer zelf kan doen.’’ Zo bezocht Samieh, die Farsi, Arabisch en Nederlands spreekt, een keer de gemeente, samen met een vrouw die dat niet zelf durfde. Het eerste deel van de afspraak deed Samieh het woord, daarna nam de vrouw het over en deed het zelf. Samieh: “Later kwam ze langs om me te bedanken. ‘Nu durf ik veel meer zelf!’, zei ze.’’

Behulpzaam
De Afghaanse Asma knikt. “Samieh is een heel lieve, behulpzame vrouw. Nu kan ik bij de Afghaanse Vereniging in De Vleugel ook andere vrouwen helpen, bijvoorbeeld met ziekenhuisbezoek, of voordoen hoe de geldautomaat werkt.’’ “Ik was lange tijd mantelzorger voor mijn zieke man; hij is inmiddels overleden. Omdat ik weinig mijn huis uitkwam, werd mijn Nederlands niet beter. Maar nu wil ik de taal weer beter leren spreken.’’ Ze lacht: “Ik zal wel moeten: mijn schoonzoon komt uit Suriname en mijn drie kleinkinderen spreken alleen Nederlands.’’ En ook die nieuwe kennis wil ze verder benutten. “Als ik beter Nederlands spreek, heb ik meer contact met de mensen om me heen en kan ik anderen beter helpen. En zo moet het zijn: iedereen moet elkaar helpen.”

Bekijk hier de volledige themapagina