‘Je moet er wél voor hem zijn’

Samen met zijn oudere broer mountainbiken in het park, daar heeft ‘jonge mantelzorger’ Stefan van den Bosch (12) lol in. En dat lukt ook best, maar het blijft een beetje uitkijken: broer Dylan (14) heeft namelijk autisme en een verstandelijke beperking.

Stefan is tijdens het mountainbiken ‘jonge mantelzorger’ – Dylan mag niet in z’n eentje fi etsen – en probeert er zo veel mogelijk te zijn voor zijn broer. Maar hij is in de eerste plaats Stefan: een brugklasser, die het prima naar zijn zin heeft op het CLD. Een ‘nieuwe Delftenaar’, want het gezin Van den Bosch verhuisde afgelopen zomer vanuit Pijnacker naar de wijk Buitenhof. Hij is enorm sportief; een liefhebber van taekwondo. Zijn prijzenkast is al goed gevuld; broer Dylan is misschien wel zijn grootste fan. “En ja, zoals alle broers hebben we weleens ruzie”, zegt Stefan: “Sinds we allebei op de middelbare school zitten, hebben we af en toe ‘discussietjes’. Als Dylan iets in zijn hoofd heeft, moet dat gewoon gebeuren. Vroeger gingen we vaak samen gamen, maar hij wil graag zijn zin doordrijven. Dan trek ik me meestal maar even terug; dat is gewoon het beste om het gezellig te houden.’’

Brusjes
Eerder dit voorjaar nam Stefan deel aan vijf bijeenkomsten van de ‘Brusjes groep’, van Delft voor Elkaar. Die ‘Brusjes’ zijn kinderen van 8 tot en met 12 jaar die opgroeien met een broer of zus met een beperking, autisme of chronische ziekte. Het helpt als je in een groep praat en spelletjes doet met andere kinderen die min of meer hetzelfde meemaken, merkte Stefan. “En je leert hoe je thuis beter kunt omgaan met elkaar.’’ Maar je leert er ook dat je vooral jouw leven moet blijven leiden. Daar zijn ook zijn ouders alert op: Stefan moet zich vooral niet voortdurend ‘opoff eren’ voor zijn broer. Moeder Nita: “We zeggen altijd tegen Stefan: je hoeft niet voor ‘m te zorgen; je moet er wél voor hem zijn.’’ Daar hoeven ze zich weinig zorgen om te maken.

Dubbel gevoel
Als Dylan soms een begeleid logeerweekend heeft, dan kan de rest van het gezin bijkomen en activiteiten ondernemen waar ze anders niet aan toekomen. Dat geeft een dubbel gevoel, zegt Stefan lachend: “Aan de ene kant is het fijn omdat het thuis wat rustiger is, maar eigenlijk mis ik Dylan dan ook. Het is toch mijn broer. “Hoewel Dylan onvoorspelbaar kan reageren, is die liefde wederzijds, weet Stefan: “Toen ik de tweede prijs had behaald bij een taekwondo-toernooi, ging hij een lekkere taart voor me bakken.”